]

BRANDWEER
HISTORIE NIEUW-VOSSEMEER
Willem
IV. Hertog
van Beieren, graaf van Holland en Zeeland gaf in 1410 de heerlijkheid
Vossemeer, dat uit veel water, gorzen, kreken en weinig land bestond, in leen
aan zes heren. Zij kregen het leen als een ”Ambachtsheerlijkheid” een ambtelijke instelling, die met grote
zelfstandigheid en eigen inkomsten het gebied bedijkte, ontgon, exploiteerde en
bestuurde. De zes heren moesten na de bedijking in hun gebied een bestuur
instellen en recht spreken. De gorzen en kreken ”aan Brabant ”
en of ”over het water gelegen” vielen ook onder het gerecht Vossemeer.
Het
ontstaan van een dorpke
Voor
de Brabantse kant werden plannen gemaakt voor verdere bedijking.
Het
dorp Nieuw Vossemeer werd gesticht.
De eerste huizen werden er gebouwd, in 1569 stonden er 17 huizen en
enkele boerderijen.
Kort
na de eerste bebouwing van het dorp brak in 1568 de Tachtigjarige Oorlog
uit. De eerste jaren van deze Oorlog is het dorp overspoeld met soldaten die
huizen in brand staken en de bewoners afperste. In 1583 werden de dijken
van de polders doorgestoken In 1584 woonden geen sterveling meer in
Nieuw-Vossemeer. Alle polders stonden permanent onder water. Militair gezien was
Nieuw-Vossemeer een belangrijke strategische plek geworden.
In
1609 werd op nieuw begonnen met de bedijking. Ons dorpke werd nu
opgebouwd in de Boerengors-polder op een geheel andere plaats. In 1612
werden de eerste huizen gebouwd. Rieten daken was normaal voor die tijd.
Subsidie werd beloofd voor huizen die gedekt werden met dakpannen. Met
het oog op brandveiligheid betaalde Ambachtsheerlijkheid elke zesde pan. In 1616
was Jan Cornellisen, inwoner van ons dorpke, de eerste die een verzoek indiende
voor deze subsidie.
Het
dorpsbestuur verklaarde in 1622 aan de ambachtsheren dat er een ”klein dorp” was ontstaan met zeven
huizen en enige keten. Anderhalve eeuw later in 1765 heeft
Nieuw-Vossemeer meer dan 400 inwoners, 84 huizen en een molen.
De
ontwikkeling van ons dorp is in die periode
goed verlopen er stonden 27 boerderijen verspreid in
polders en buurschappen
Brandspuit en leren emmers
In
Oud-Vossemeer werd in 1725 een brandspuit aangeschaft. De inwoners hadden
daartoe een verzoek gedaan aan de Ambachtsheren.
Deze besloten de helft in de kosten bij te dragen. Wie in geval van brand
gebruik maakte van de spuit, en niet aan de koop van de spuit had mee betaald,
moest betalen. In 1766 had de brandspuit herstel nodig. De Ambachtsheren
betaalde de helft van de kosten.. Op een nacht in juni 1781 brandde in
Oud-Vossemeer 7 huizen en 12 grote en kleine schuren volledig af. De reglementen
voor de brandveiligheid werden aangescherpt. Aaneengesloten bebouwingen in het
hart van de dorpen mochten daken van huizen niet meer met stro of riet gedekt
worden. Voor de bestrijding van branden werden 24 lederen emmers gekocht
voor elk dorp 12 emmers. Na de inval van de franse legers in 1795 was het
gedaan met de bestuurlijke vorm van Ambachtsheerlijkheid de revolutie werd
ingezet en bestuurders werden gekozen door het volk.
De
omwenteling had grote gevolgen voor de Ambachtsheerlijkheid en de ambachtsheren.
Hun invloed op het gemeentebestuur raakte ze kwijt. Het nieuwe bestuur vroeg aan
de heren van Ambachts-heerlijkheid op 29 sept. 1798 in volle eigendom te
krijgen van de brandspuit met bijbehorend gereedschap. Na vele verwijten en
vergaderen kreeg de gemeente in 1804 de vrije beschikking over een aantal
goederen waaronder de brandspuiten en alles wat daar bij hoorde.
Staatkundig
en gewestelijk behoorde Nieuw-Vossemeer bij Zeeland. Territoriaal en naar de
aard van de bevolking kon men het bij Brabant rekenen Bij Koninklijk Besluit van
9 Mei 1809 werd het grondgebied bij Brabant gevoegd. Nieuw-Vossemeer
wordt een zelfstandige gemeente. De rivier de Eendracht wordt aan gewezen als
provincie grens tussen Zeeland en Brabant. De eerste burgemeester van ons dorp
was Samuel Abraham Catshoek.
In
1823 kocht de gemeente een brandspuit. Het was de eerste grote uitgave
voor de brandweer als zelfstandige gemeente.
In 1854 werd een brandverordening afgekondigd met preventieve
maatregelen. Nieuwe gebouwen in de bebouwde kom moesten gemetselde gevels hebben
en daken moesten met leien of pannen gedekt zijn. Wie brand opmerkte moest
luidkeels brand roepen. Bij brand moesten de nacht wakers het dorp alarmeren en
de klokken laten luiden. Iedereen was verplicht om bij brand te helpen.
De brandspuit, werd na veertig jaar dienst, in 1863 vervangen. Een ”grote” brandspuit werd gekocht bij de firma Bikkers en Zn in Rotterdam voor 550 gulden. In de jaren 1864-1866 werd er nog meer geinvesteerd. Een brand- spuithuisje werd gebouwd. Brandweer materiaal werd uitgebreid met slangen, emmers, zuigbuizen en een waterkuip. Personeel voor de brandweer werd door het gemeentebestuur aangewezen
Automotorspuit
Nieuw-Vossemeer
maakte in 1905 een afspraak met Steenbergen voor het verlenen van
assistentie bij branden over de gemeentegrens. De brandweer kon vanaf 1924
beschikken over aansluitingen op het drinkwaterleidingnet. In 1929
werd een vrijwillig brandweerkorps opgericht
Een gemeenschappelijke regeling kwam er in 1933 tussen Halsteren,
St. Philipsland, Steenbergen en Nieuw-Vossemeer voor het verlenen van
wederzijdse hulp bij brand. In 1950 besloot de gemeente in overleg met de
brandweerinspectie over te gaan tot aankoop van een automotorspuit afkomstig van
het leger. De voormalige openbare school, achter het oude gemeentehuis aan de
voorstraat, werd in 1951 verbouwd als brandweergarage en
gemeentewerkplaats. Tijdens de watersnood in 1953 ontstond er
aanzienlijke schade aan het brandweermateriaal . Na revisie bleef het materiaal
van onvoldoende kwaliteit.

De
eerste auto - motorspuit in gebruik bij de gemeente
De
gemeenteraad besloot in april 1962 tot aankoop van een
brandweerauto, type Commer manschappen/materiaal auto met een
motorspuit-aanhanger, vier maanden later,25 augustus vond de officiele
overdracht plaats. Deze manschappen/materiaal auto heeft 17 jaar dienst gedaan
tot 1979. In juli 1978 besloot de gemeenteraad tot aankoop van een
nieuwe brandweerauto type Mercedes 608 D model Doeschot/Rosenbauer tankautospuit
hoge en lage druk met een watertank van 600 liter. Deze tankautospuit werd in 1979
geleverd en in gebruik genomen.
In
de jaren 1980/1990 werd regelmatig aangedrongen op nieuwbouw of renovatie
van de brandweerkazerne. De mannen van de brandweer hadden in de jaren 1970
zelf al een verbouwing gedaan. Ook de brandweerauto was
inmiddels aan vervanging toe. Het gemeentebestuur had in 1996 wel
fl.100,000 gereserveerd, maar verdere financiele
middelen ontbraken bij de gemeente.
In
1989 was er al eens een haalbaarheidsonderzoek geweest om het
brandweerkorps bij Steenbergen te voegen. Het ministerie van binnenlandse zaken
heeft dit toen afgeraden.

Tankautospuit
in
gebruik bij de gemeente
Nieuw-Vossemeer
De
provincie Noord Brabant was volop bezig met de gemeentelijke herindeling. De
herindeling was in 1996 zo dichtbij dat er niet meer geinvesteerd werd in
de brandweer. Men wachtte allerlei onderzoeksrapporten af. Er werd zelfs
gesuggereerd dat het brandweerkorps opgeheven zou worden. Uit het onderzoek
rapport SAVE werd de conclusie getrokken dat de basis zorg
en de locatie van de posten in de kernen juist is.
De
Commissie Schampers, die jaren bezig was met de ”gemeentelijke herindeling”
in Noord Brabant, werd per 1 januari 1997 uitgevoerd. Door de herindeling
werden Nieuw-Vossemeer,
Dinteloord en Steenbergen bij elkaar gevoegd.
Ze vormen samen de nieuwe gemeente Steenbergen. De nieuwe gemeente telt
nu vier brandweerposten Kruisland,
Dinteloord, Steenbergen, en Nieuw-Vossemeer.

De
voormalige openbare school
Als kazerne in
Brandweer
geheel op de schop
Corne
Hagenaars werd in 1997 door het nieuwe gemeentebestuur
aangesteld als brandweercommandant van Steenbergen in volledige beroepsdienst.
Voor ons dorp werden offertes aangevraagd bij diverse carrosseriebouwers
voor een nieuwe brandweerauto en plannen gemaakt voor een nieuw te bouwen
brandweerkazerne. Met de bouw werd in 1998 begonnen
Door burgemeester Gert van Wijk werd op 27 november 1998 de eerste
steen gelegd. Inmiddels was er ook een nieuwe brandweerauto besteld bij de firma
Kronenburg-Rosenbauwer in Hedel. Bij aflevering werd het nieuwe voertuig, type
tankautospuit DAF 45 Kronenburg-Rosenbauwer, tijdelijk gestald in de kazerne
Steenbergen. De stallingruimte van de oude kazerne was te klein. Inmiddels was
het personeels bestand van het korps Vossemeer uitgebreid
met twee vrouwen. Zij waren de eerste brandweervrouwen in de nieuwe
gemeente Steenbergen

Tankautospuit
DAF 45
brandweerpost
Nieuw-Vossemeer
Enkele
weken later op 20 maart 1999 werd
onder grote belangstelling het nieuwe gebouw en het nieuwe brandweervoertuig in
gebruik genomen. De in gebruikname
werd door Burge-meester Gert
van Wijk verricht. Ook het nieuwe
brandweervoertuig, werd met een rit door de burgemeester, aan de inwoners van
Nieuw-Vossemeer getoond. De hele dag is er veel belangstelling geweest voor
het bezichtigen van het nieuwe voertuig en de kazerne.
De officiele opening van de brandweer-kazerne in Nieuw-Vossemeer 20 maart 1999.
Tevens de overdracht van de nieuwe tankautospuit.
Tijdens de millenniumnacht heeft Sjaak Musters, brandweercommandant
van het korps, voor het laatst opgetreden in ons dorp. 31 december was zijn
laatste actieve dag, die vanwege verwachte millenniumproblemen voor deze
gelegenheid, verlengd werd tot de ochtend van 1 januari 2000. Hij is dertig jaar lid geweest van de
vrijwillige brandweer, waarvan de laatste 10 jaar als brandweercommandant van
ons, toen nog zelfstandig, dorpke. Leon
Havermans nam zijn taak eind 1999 over als commandant van de post
Vossemeer.
Van brand-emmer naar brand-autospuit
Geschreven door:
S.P. van Nispen
geraadpleegde bronnen:
Vrijwillige brandweer Nieuw-Vossemeer.
Literatuur:
A. Delahaye
Vossemeer Land van 1000 Heren.
G.J. van Donschot
Enige hoofdstukken uit de geschiedenis
van de gemeente Nieuw-Vossemeer vanaf 1809
Een publicatie van het Archivaat " Nassau-Brabant "
Stuur eens een berichtje naar de auteur:Simon Van Nispen